logo dekleineschaal.nl
 

Openbarend vervoer

Vol dankbaarheid over de geboden kansen stap je een verbazend korte trein in. Zojuist hoorde je al dat de reis wel eens een kwartiertje langer en over een geheel andere route naar een geheel ander einddoel kan leiden. Je dankbaarheid stijgt drie punten op de AEX; avontuur, gratis en voor niks.

De trein is, hoe kan het ook anders op zaterdagochtend om 07.00 uur, bomvol. Een en al sociale contacten in de dop. Weer twee punten. Dank zou naar de beurs moeten, er zit niet anders dan een stijgende lijn in. Nog vol van dit gevoel ontwaar ik ook nog eens –het kan niet op- een oranje opklapstoeltje. Vrij. En nog heel dicht bij het toilet ook. Dat nog helemaal niet zo erg stinkt. De eerste helft van de reis. Heil dank. Half puntje erbij, we moeten wel realistisch blijven tenslotte.

Een volgend station komt naderbij. Nog een stapeltje staanders extra; het mooie weer jaagt mensen naar binnen om naar buiten te gaan. Via een oververhit buizenstelsel. Er wordt omgeroepen dat wij vast wel gemerkt hebben dat het hier een heel klein treintje betreft, en dat dat komt door een gebrek aan materieel. Wij hebben dank voor het voor de hand liggende. En passent wordt ons verzocht zoveel mogelijk door te lopen, de paden in, om de balkons te ontlasten. Het waarheen vraagt om een geheel eìgen invulling. Dankbaar (ook voor een nu steeds meer in waarde stijgend zitplaatsje en de afwezigheid van duidelijk gehandicapten of bejaarde medemensen) kronkel ik me nog wat verder om de stang van de deur heen. Aangenaam koel. Daar dient zich alweer een nieuw station aan. Ik ben benieuwd!

Er wordt niet echt enthousiast uitgestapt, maar inmiddels de hele trein (hoera voor de eendracht) is buitengewoon erkentelijk voor het redelijk bescheiden aantal instappers. De temperatuur stijgt tot een gehalte waar vooral de hoogbejaarde reizigers prima op gedijen. Het is nog vroeg natuurlijk, maar voorlopig gaat het de goede kant uit. We zijn dan ook en masse zeer dankbaar voor het ontbreken van keerpunten en afslagen op het traject. De handtas van de dame naast me heeft een pepermuntachtige bijsmaak en haar linkerbil, inmiddels al weer enige tijd rustend op mijn schouder, voelt an sich niet onaangenaam aan. Een klein groepje 'n beetje verbouwereerde touristen zit te kaarten op mijn knieën. Er kruipen twee peutertjes onder ons door, de enigen die een bepaald overzicht in dit woud van benen schijnen te kunnen vinden. Het enige waar ik een ietsje minder dankbaar voor ben, is het stel natuurkampeerders, zowel hij als zij in korte broek, stevig behaarde onderdanen, naadloos doorlopend in geitenwollen sokken, met all-terrain bikes en dito bepakking. Zijn stuur zit wat ongemakkelijk in mijn oor. Waar ik dan wel weer enigszins dankbaar voor kan zijn, is het feit dat ze nu al een half uur achterstevoren op hun fietsen zitten uit ruimtebesparing. En dat wel met al net zolang stevig ingeknepen trommelremmen, om niet bij elk station het doden- en gewondental sterk te laten oplopen. Dank voor deze schier onmenselijke inspanning. Ergens kriebelt een aandrang tot behulpzaamheid, maar ik wil toch ook weer niets afdoen aan deze ongelofelijke prestatie. De bovenmenselijke inspanning doet inmiddels bij pakweg het hele balkon de zweetdruppels parelen.

Ha! Wéér een station! En men belooft een nieuw treinstel. De deuren barsten open en de hele inboedel neemt eensgezind een forse teug frisse lucht. Het treinstel kraakt. Driekwart rent met hele hebben en zoveel mogelijk eigen houwen naar het volgende treinstel. Er trekken complete families met strandtassen, reeds opgeblazen strandballen, surfplanken en al vooraf stevig in de sun-block geplamuurde kindertjes, soepel glibberend door de paden. Een heel verschil met daarnet. Beweging. Raar dat het nou nooit eens opblaasbare zeekoeien of –robben zijn die mensen meesjouwen, maar wel -bijvoorbeeld- de zo zelden in maritiem aantrekkelijke gebieden voorkomende giraffe.

De nieuwste wijziging wordt zojuist beleefd doch zakelijk de speakertjes uitgerold. Je kunt wel zien dat er zich dichter naar het midden van het land meer afsplitsingen gaan voordoen. We wijken een behoorlijk stuk van de oorspronkelijke route af. Aan deze reis zit niets voorspelbaars of het moet de onvoorspelbaarheid van de NS-dienstregeling zijn. Ah, nu komt de vaart er behoorlijk in (zoiets zou je moeten kunnen afkloppen maar het treinstel zit –terecht- geheel zonder ongeverfd hout), helaas in een verkeerde richting maar daar zijn we op deze manier wel mooi een stuk eerder.

Van het antiliaans/nederlandse paar dat met me op het balkon huist heeft de kleine big mama zodanige behoefte aan frisse lucht dat ze die verwart met een forse wolk in het wilde weg te spuiten parfum. Als al na enkele seconden haar man ongecontroleerd hard en aanhoudend begint te niezen, is het enige wat ze zich afvraagt of ie zijn neusdruppels moet hebben. En een krentenbol.

Inmiddels is het toilet een toeristische attractie geworden. Er staat een kleine rij. Dat is al een behoorlijke verbetering. Daarvoor moesten we iedere keer en om de beurt de deur achter mensen dicht doen; als je ze went aan automatische deuren verwachten ze ze natuurlijk ook… Wat moeten er toch veel mensen naar het toilet. Ik begin een aan bewondering grenzende dankbaarheid te ontwikkelen voor het schoonmaak-personeel van dees' organisatie. Zeker nu het parcours een stevig heen en weer slingeren van het voertuig behelst en er net een heerschap naar binnen is gegaan. Het lijkt merkwaardig dat men dit juist niet op de stations mag.

Ah! Wederom een station, een centraal gelegen station. Reeds ver voor het bereiken ervan komt het hele treinstel alvast in de paden en op de balkons staan. Een antropoloog en/of een socioloog en/of een psycholoog zouden er, alvorens tot een mop te komen, een hele kluif aan hebben; het merkwaardige gedrag van de mens in groepsverband. Er wordt omgeroepen dat er een station aankomt, dan is het blijkbaar schier onmogelijk om aan de drang te ontkomen je daar zo dicht mogelijk bij te bevinden. Zelfs als dat betekent –zoals dat nu inderdaad betekent (en zoals dat bij elk een beetje groter station altijd betekent) dat er nog een aardige periode op kermis-attractieve wijze heen en weer zwabberen aan vooraf gaat, over een ondoorgrondelijk stelsel van wissels, zodat men van hot naar her sociale en fysieke toenadering vindt.

De aansluiting is naadloos, waar ik eerst ruim een kwartier zou hebben moet ik nu in 39 seconden, een persoonlijk record, drie perrons verder door een immense, puddingachtige mensenmassa zien te komen. Men kàn over de hoofden lopen maar ik weet in eenzelfde persoonlijk record tot het besluit te komen dat toch maar niet te doen. Succes! Jawel. Hé, weer zo'n afgeladen trein. Vast een gebrek aan materieel. Vermoed ik. Wat leuk, weer een ander accent, waar een klein land toch groot -en onverstaanbaar- in kan zijn. Jammer dat ik precies tussen zender en ontvanger ingeklemd sta. Afijn, het einde lijkt nu toch wel zo'n beetje in zicht te komen. Nog maar een half uurtje en geen stations meer… Hé, we remmen af…



 

 

 

Rare wereld

De beurs houdt huis

NS-trofobie

Openbarend vervoer

Herhaling

Vrijheid van meningsuiting